simarine

radar Tank Level Sender

Slimme en nauwkeurige tankniveaumeting

Uitbreidingsmodules

radar Tank Level Sender

Simarine Radar Tank Sender (150–2000 mm): uiterst nauwkeurige radarsensor met automatische kalibratie voor precieze, contactloze meting van vloeistofniveaus in kunststof tanks. Kies de analoge STR1 voor veelzijdige uitgangen (0–190 Ω / 240–30 Ω weerstand, 0–5 V spanning) of de digitale STR2 voor naadloze integratie met NMEA 2000, inclusief Bluetooth-connectiviteit via de Simarine App. Eén sensor voor elk systeem.

STR-Combo-2-transparent-052026

Monteer de sensor aan de buitenzijde van het tankdeksel, de radar meet eenvoudig door het kunststof heen. Geen losse slangetjes, geen drijvers en geen contact met brandstof, water of afvalstoffen.

Meet de afstand automatisch, zonder dat een leeg-/volkalibratie nodig is (zolang er een minimale hoeveelheid vloeistof in de tank aanwezig is).

Stel de sensor nauwkeurig af en voer firmware-updates rechtstreeks uit vanaf je smartphone via de Simarine Connect-app.

Brandstof · schoon water · grijswater · afvalwater. Eén sensor voor elk type tank.

Het is niet nodig om de bestaande tankzender te verwijderen. Koppel eenvoudig de bekabeling los en sluit de STR aan op je bestaande display of meter. De STR1 is geschikt voor analoge meters; de STR2 ondersteunt standaard NMEA 2000 (certificering loopt nog).

Simarine-tank-radar-sensor-A5-Flyer-STR1-front

Q&A: Simarine STR Radar Tank Level Sender (STR1 & STR2)

VOordelen en keuze

Je kiest voor nauwkeurige en stabiele metingen, zonder bewegende onderdelen en zonder openingen onder de vloeistoflijn. Dankzij het compacte ontwerp (ca. 32 mm hoog) is de sensor ideaal voor toepassingen in krappe ruimtes.
Daarnaast meet de radar eenvoudig door kunststof tankdeksels heen en, bij metalen tanks, via een geschikte opening of adapter. Dit maakt de installatie flexibeler, verlaagt het risico tijdens inbouw en zorgt voor minder onderhoud op de lange termijn.

Voordelen: contactloze meting, geen vervuiling of corrosie, eenvoudige configuratie via de app, nauwkeurigheid op millimeterniveau en een lange levensduur.
Nadelen: hij moet boven op de tank worden gemonteerd; montage door het tankdeksel is alleen mogelijk bij kunststof tanks (voor metalen tanks is een opening of adapter vereist). De aanschafprijs ligt hoger dan die van eenvoudige vlottersensoren, maar is aanzienlijk lager dan die van andere externe radaroplossingen.

Montage aan de bovenzijde zonder tankdoorvoer: er bevindt zich niets in de tank en er hoeft niet in de zij- of onderkant van de tank geboord te worden.
Zelfklevende montage: reinig en droog het oppervlak, verwijder vervolgens de beschermfolie en bevestig de sensor direct op een kunststof tankdeksel. Bij metalen tanks wordt de sensor op de daarvoor bestemde adapter gemonteerd.
Vrije meetlijn: bij kunststof tanks meet de sensor door het deksel heen. Bij metalen tanks zorgt de adapter voor een opening, zodat de radar recht naar beneden kan meten.
Inbedrijfstelling via de app: snelle configuratie en kalibratie via Bluetooth met de Simarine-app.

STR1: analoge uitgangen (0–190 Ω / 240–30 Ω / 0–5 V).
STR2: NMEA 2000-communicatie (PGN 127505).

Heb je alleen lokale draadloze configuratie en monitoring via de app nodig (zonder netwerkintegratie)? Kies dan voor de STR1 als de meest voordelige oplossing.

Compatibiliteit & aansluitmogelijkheden

STR1: analoge meters/controllers met 0–190 Ω, 240–30 Ω of 0–5 V — alle drie de uitgangen zijn gelijktijdig beschikbaar.
STR2: NMEA 2000-displays / multifunction displays (MFD’s).

Nee. STR1 kan ook worden gebruikt met analoge ingangen van derden.

STR2 verstuurt data via de NMEA 2000-bus.

STR1: gebruik de analoge standaard die jouw apparaat verwacht (0–190 Ω / 240–30 Ω / 0–5 V).
STR2: werkt met MFD’s die PGN 127505 (Fluid Level) ondersteunen — bijvoorbeeld Simrad/Lowrance/B&G (NSX/Zeus/NSS-series) en Raymarine Axiom. Let op: bij veel Garmin-modellen wordt PGN 127505 alleen voor brandstof weergegeven; controleer per model de PGN-ondersteuning voor andere vloeistoffen.

Ja — 0–190 Ω, 240–30 Ω en 0–5 V kunnen gelijktijdig worden gebruikt.

Ja — gebruik hiervoor de 240–30 Ω-modus.

PGN 127505 (Fluid Level); typische updatefrequentie op het netwerk: ongeveer 0,5 Hz.

Elektrisch & specificaties

Bedrijfsspanning: 8–35 VDC; typisch stroomverbruik circa 14–20 mA bij 12 V.

Ja. Volg de geldende systeemrichtlijnen en plaats een geschikte in-line zekering zo dicht mogelijk bij de voedingsbron.


Bij langere kabels op de weerstandsuitgangen (0–190 Ω en 240–30 Ω) kunnen meetafwijkingen ontstaan door de kabelweerstand. Dit geldt specifiek voor deze twee uitgangstypen.

Tankmateriaal en montage

Meten door het tankdeksel is mogelijk bij kunststof of glasvezelversterkte kunststof (GRP) deksels, mits deze vlak en stijf zijn.
Bij metalen tanks is een S5-metalen tankadapter (apart verkrijgbaar) nodig; de sensor mag hier niet rechtstreeks op het metaal worden gemonteerd. De adapter zorgt voor een niet-metalen meetvenster en een vlak montageoppervlak, zodat de radar een vrije, verticale zichtlijn in de tank behoudt.

150–2000 mm totale tankhoogte.

Alleen montage aan de bovenzijde. De sensor moet recht naar beneden wijzen, waarbij de onderzijde parallel loopt aan het vloeistofoppervlak wanneer de vloeistof in rust is.

Voorbereiding van het oppervlak:
Zorg voor een vlak, stevig, schoon en droog montageoppervlak.

Bevestiging met plakstrip:
Verwijder de beschermfolie.
Plaats de sensor vlak op het oppervlak.
Druk stevig aan en houd kort vast.

Metalen tanks:
Bevestig de sensor op de S5-metalen tankadapter, niet rechtstreeks op het metaal.

Kabelontlasting:
Zet de kabel vast zodat deze niet aan de sensor kan trekken, deze kan verdraaien of de kleeflaag kan losmaken.


De meetbundel moet verticaal zijn. Gebruik indien nodig een wig, afstandsstuk of adapter om de hoek te corrigeren. Houd er rekening mee dat wiggen en adapters invloed kunnen hebben op de meetresultaten.

– Niet boven schotten (baffle walls) of in de buurt van sterke inlaten of retourstromen.
– Vermijd locaties met complexe interne constructies die de meetbundel kunnen reflecteren.
– Houd ten minste enkele centimeters afstand tot de rand van de tank.
– Monteer de sensor bij voorkeur zo dicht mogelijk bij het midden van de tank.

Ingebruikname en kalibratie (Bluetooth-app)

Ja. Eenmalig moet de sensor via de app worden geconfigureerd. Hierbij stel je onder andere de tanknaam, tankinhoud, eenheden (bijvoorbeeld liters) en de sensorkalibratie in.

De tankhoogte kan handmatig worden ingevoerd of automatisch door de sensor worden bepaald wanneer de tank leeg is (automatische leegtankkalibratie).

Belangrijk: voer de eerste kalibratie pas uit nadat de sensor op de tank is gemonteerd. Zolang de initiële kalibratie niet is voltooid, knippert de LED rood. Na een succesvolle kalibratie knippert de LED groen.

Voer de werkelijke tankinhoud in (in liters). Leg vervolgens de gemeten afstand vast via Gebruik huidige sensorwaarde of voer deze handmatig in.

Ja. Voor tanks met een onregelmatige vorm kunnen maximaal 100 kalibratiepunten worden ingevoerd, bestaande uit de werkelijke inhoud en de bijbehorende gemeten afstand.


Ja. Kalibratiepunten kunnen op elk moment worden toegevoegd, gewijzigd of verwijderd. Er wordt momenteel een instructievideo voorbereid.


Ja, maar alleen wanneer de tankhoogte handmatig wordt ingevoerd. Wanneer de automatische bepaling van de tankhoogte wordt gebruikt, moet de bodem van de tank bedekt zijn met een kleine hoeveelheid vloeistof (ongeveer 1 à 2 cm is voldoende).

Vul de tank in bekende stappen (bijvoorbeeld telkens 10–20% van de totale inhoud). Pauzeer bij elke stap, voer de actuele tankinhoud in en tik vervolgens op Gebruik huidige sensorwaarde om de gemeten afstand vast te leggen.

Ja. Kalibratiepunten kunnen via de app worden geëxporteerd. Hierdoor kunnen kalibratiegegevens worden opgeslagen of op andere systemen worden gebruikt.

Prestaties en werking

De sensor heeft een resolutie van ongeveer 7 mm. De typische update snelheid bedraagt 1 Hz voor de STR1 en 0,5 Hz voor de STR2.

De sensor kan tot aan de bovenkant van de vloeistof meten. Wanneer de afstand tussen de radar en het vloeistofoppervlak echter kleiner is dan ongeveer 40 mm, kan de weergegeven waarde afwijken van het werkelijke niveau.

De sensor past interne filtering toe om de invloed van klotsende vloeistof te verminderen. Hierdoor blijven de meetwaarden stabiel en betrouwbaar, ook wanneer de vloeistof in beweging is.


Schuim kan radiosignalen verzwakken of verstrooien, waardoor de meting beïnvloed kan worden. De mate van invloed hangt af van de dikte, samenstelling en locatie van het schuim.

Bij grijswater- en vuilwatertanks hecht schuim zich doorgaans aan vuildeeltjes en zakt het na verloop van tijd in. In de praktijk levert dit meestal geen problemen op voor de meting.

Lichte condensvorming vormt doorgaans geen probleem. Stilstaand water of een dikke vochtlaag op het tankdeksel kan echter het radiosignaal verstoren.

Zorg daarom voor een schoon en droog montage oppervlak. Wanneer condensvorming regelmatig voorkomt, wordt aanbevolen maatregelen te nemen, zoals een druppellus of kabelontlasting, om te voorkomen dat vocht zich rond de sensor ophoopt.

STR2 / NMEA 2000-specifieke informatie

De STR2 maakt gebruik van PGN 127505 (Fluid Level). Niveau gegevens worden bijgewerkt met een frequentie van ongeveer 0,5 Hz.

Alle NMEA 2000-gerelateerde instellingen worden geconfigureerd via de app. Wanneer een STR2-apparaat is verbonden, verschijnen deze configuratie opties automatisch in de app.


De STR2 bevindt zich momenteel in de certificerings fase voor NMEA 2000. Daardoor is de certificering op dit moment nog niet afgerond.

Bekabeling en aansluitingen

Voedingsspanning: 8–35 V DC (beveiligd volgens de geldende systeem richtlijnen met een passende zekering).
STR1-uitgangen:  0–190 Ω, 240–33 Ω, 0–5 V (Allemaal gelijktijdig beschikbaar)
STR2: Aansluiting op een NMEA 2000-backbone.
Rood → +8–35 V DC
Zwart → GND
Blauw → COM
Wit → 0–190 Ω
Geel → 240–33 Ω
Groen → 0–5 V
De volgorde van de pinnen/aansluitklemmen is niet gespecificeerd — gebruik indien nodig het officiële aansluitschema.


Probleemoplossing

Zorg ervoor dat de geselecteerde uitgang overeenkomt met de meter (0–190 Ω / 240–33 Ω / 0–5 V).

Voer de kalibratie opnieuw uit als u het meetbereik hebt gewijzigd. Bij sommige meters is het nodig om het apparaat opnieuw op te starten (power cycle).

Voeding/aarding: controleer of er een stabiele 8–35 V DC voeding aanwezig is en of de aarding goed is aangesloten.

Montage: controleer of de zender vlak is gemonteerd en stevig is bevestigd. Zorg dat er geen water opgesloten zit tussen het deksel en de sensor. Zorg daarnaast voor trekontlasting, zodat de kabel geen kracht uitoefent op het apparaat.

Instellingen: als het probleem blijft bestaan, voer dan de initiële installatie opnieuw uit en controleer de tank kalibratiepunten.


Controleer de 8–35 V DC voedingsspanning en de bedrading naar COM/aarde.
Controleer of de groene LED knippert en of de app het apparaat detecteert.

nog andere vragen?

Neem contact met ons op en wij helpen je graag verder.