Simarine Radar Tanksensor
Slimme en nauwkeurige tankniveaumeting
Simarine Radar Tanksensor
Plug & Play te installeren op de buitenkant van alle soorten tanks van 15 cm tot 200 cm hoog. Contactloze meting van alle soorten vloeistof met automatische kalibratie. Geschikt voor elke soort meter, met de STR1 kan elke analoge meter aangesloten worden en de STR2 is aan te sluiten op elke NMEA2000 netwerk. Daarnaast zijn beide uit te lezen en in te stellen via de Simarine Bluetooth App.

Monteer de sensor aan de buitenzijde van het tankdeksel, de radar meet eenvoudig door het kunststof heen. Geen losse slangetjes, geen drijvers en geen contact met brandstof, water of afvalstoffen.
Meet de afstand automatisch, zonder dat een leeg-/volkalibratie nodig is (zolang er een minimale hoeveelheid vloeistof in de tank aanwezig is).
Stel de sensor nauwkeurig af en voer firmware-updates rechtstreeks uit vanaf je smartphone via de Simarine Connect-app.
Brandstof · schoon water · grijswater · afvalwater. Eén sensor voor elk type tank.
Het is niet nodig om de bestaande tankzender te verwijderen. Koppel eenvoudig de bekabeling los en sluit de STR aan op je bestaande display of meter. De STR1 is geschikt voor analoge meters; de STR2 ondersteunt standaard NMEA 2000 (certificering loopt nog).

Q&A: Vragen en antwoorden over de Simarine radar tanksensor
VOordelen en keuze
Een gemakkelijk en snel te installeren tank sensor die op de buitenkant van de tank geïnstalleerd kan worden en geschikt is voor alle vloeistoffen. Dit maakt de installatie flexibeler en zorgt voor minder onderhoud op de lange termijn.
Een systeem dat compatibel is met vrijwel alle bestaande meters en data systemen en daarnaast een eigen app heeft voor het uitlezen en de configuratie.
Voordelen: contactloze meting, geen vervuiling of corrosie, eenvoudige configuratie via de app, nauwkeurigheid op millimeterniveau en een lange levensduur.
Mogelijke nadelen:
– Het moet mogelijk zijn om de sensor op de bovenkant van de tank te monteren.
– De aanschafprijs ligt iets hoger dan een eenvoudige vlottersensor, maar veel lager dan concurrerende radar sensoren.
Montage aan de bovenzijde zonder tankdoorvoer: er bevindt zich niets in de tank en er hoeft niet in de zij- of onderkant van de tank geboord te worden.
Zelfklevende montage: reinig en droog het oppervlak, verwijder vervolgens de beschermfolie en bevestig de sensor direct op een kunststof tankdeksel. Bij metalen tanks wordt de sensor op de daarvoor bestemde adapter gemonteerd.
Vrije meetlijn: bij kunststof tanks meet de sensor door het deksel heen. Bij metalen tanks zorgt de adapter voor een opening, zodat de radar recht naar beneden kan meten.
Inbedrijfstelling via de app: snelle configuratie en kalibratie via Bluetooth met de Simarine-app.
De STR1 stuurt verschillende analoge waardes uit waardoor deze op vrijwel elke bestaande meter aangesloten kan worden (0–190 Ω / 240–30 Ω / 0–5 V).
De STR2 stuurt standaard NMEA2000 waardes uit en is op elk digitaal boordnetwerk aan te sluiten.
Compatibiliteit & aansluitmogelijkheden
Nee
De STR1 kan wel aangesloten worden op elke Simarine set, maar ook op elke bestaande meter in een boot of voertuig.
De STR2 kan via NMEA2000 aangesloten worden op vrijwel alle MFD’s.
Beide versies kunnen ook rechtstreeks uitgelezen worden in de tank sensor app zonder dat er een meter of display nodig is.
STR1: gebruik de analoge standaard die jouw apparaat verwacht (0–190 Ω / 240–30 Ω / 0–5 V).
STR2: werkt met MFD’s die PGN 127505 (Fluid Level) ondersteunen — bijvoorbeeld Simrad/Lowrance/B&G (NSX/Zeus/NSS-series) en Raymarine Axiom. Let op: bij veel Garmin-modellen wordt PGN 127505 alleen voor brandstof weergegeven; controleer per model de PGN-ondersteuning voor andere vloeistoffen.
Ja — 0–190 Ω, 240–30 Ω en 0–5 V kunnen gelijktijdig worden gebruikt.
Ja — gebruik hiervoor de 240–30 Ω-modus.
PGN 127505 (Fluid Level); typische updatefrequentie op het netwerk: ongeveer 0,5 Hz.
Elektrisch & specificaties
Bedrijfsspanning: 8–35 VDC
Typisch stroomverbruik circa 14–20 mA bij 12V of 7-10 mA bij 24V
Ja. Volg de geldende systeemrichtlijnen en plaats een geschikte in-line zekering zo dicht mogelijk bij de voedingsbron.
Tankmateriaal en montage
Meten door de bovenkant van de tank is mogelijk bij kunststof of glasvezelversterkte kunststof (GRP) deksels, mits deze vlak en stijf zijn.
Bij metalen tanks is een S5-metalen tank adapter nodig, de sensor kan hier niet rechtstreeks op het metaal worden gemonteerd. De adapter zorgt voor een niet-metalen meetvenster en een vlak montage oppervlak, zodat de radar een vrije, verticale zichtlijn in de tank behoudt.
Bestel hiervoor de STR-A tank adapter.
150–2000 mm totale tankhoogte.
De sensor kan alleen horizontaal gemonteerd worden aan de bovenzijde van de tank. De sensor moet recht naar beneden wijzen, waarbij de onderzijde parallel loopt aan het vloeistofoppervlak. Bereid het oppervlak voor door te zorgen dat het vlak, stevig, schoon en droog is.
Kunststof tanks:
Bevestig na de voorbereiding met de meegeleverde plakstrip. Verwijder de beschermfolie, plaats de sensor vlak op het oppervlak, druk stevig aan en houd kort vast.
Metalen tanks:
Bevestig de sensor op de STR-A tankadapter, niet rechtstreeks op het metaal.
Kabelontlasting:
Zet de bekabeling vast zodat deze niet aan de sensor kan trekken waardoor deze kan verdraaien of de kleeflaag kan losmaken.
De radarbundel moet verticaal zijn. Gebruik indien nodig een wig of adapter om de hoek te corrigeren.
Houd er bij het kalibreren rekening mee dat wiggen en adapters invloed kunnen hebben op de meetresultaten.
– Niet boven schotten of dicht tegen inlaten of uitlaten plaatsen.
– Vermijd locaties vlak bij interne constructies die de meetbundel kunnen reflecteren.
– Houd ten minste enkele centimeters afstand tot de rand van de tank.
– Monteer de sensor bij voorkeur zo dicht mogelijk bij het midden van de tank.
Ingebruikname en kalibratie (Bluetooth-app)
Ja. Eenmalig moet de sensor via de app worden geconfigureerd. Hierbij stel je onder andere de tanknaam, tankinhoud, eenheden (bijvoorbeeld liters) en de sensorkalibratie in.
De tankhoogte kan handmatig worden ingevoerd of automatisch door de sensor worden bepaald wanneer de tank leeg is (automatische leegtankkalibratie).
Belangrijk: voer de eerste kalibratie pas uit nadat de sensor op de tank is gemonteerd. Zolang de initiële kalibratie niet is voltooid, knippert de LED rood. Na een succesvolle kalibratie knippert de LED groen.
Voer de werkelijke tankinhoud in (in liters). Leg vervolgens de gemeten afstand vast via Gebruik huidige sensorwaarde of voer deze handmatig in.
Ja. Voor tanks met een onregelmatige vorm kunnen maximaal 100 kalibratiepunten worden ingevoerd, bestaande uit de werkelijke inhoud en de bijbehorende gemeten afstand.
Ja. Kalibratiepunten kunnen op elk moment worden toegevoegd, gewijzigd of verwijderd. Er wordt momenteel een instructievideo voorbereid.
Ja, maar alleen wanneer de tankhoogte handmatig wordt ingevoerd. Wanneer de automatische bepaling van de tankhoogte wordt gebruikt, moet de bodem van de tank bedekt zijn met een kleine hoeveelheid vloeistof (ongeveer 1 à 2 cm is voldoende).
Vul de tank in bekende stappen (bijvoorbeeld telkens 10–20% van de totale inhoud). Pauzeer bij elke stap, voer de actuele tankinhoud in en tik vervolgens op Gebruik huidige sensorwaarde om de gemeten afstand vast te leggen.
Ja. Kalibratiepunten kunnen via de app worden geëxporteerd. Hierdoor kunnen kalibratiegegevens worden opgeslagen of op andere systemen worden gebruikt.
Prestaties en werking
De STR1 en 2 sensoren hebben een resolutie van ongeveer 7 mm.
De update snelheid van de STR1 is 1 Hz (elke seconde)
De update snelheid van de STR2 is 0,5 Hz (elke 2 seconde)
De sensor kan tot aan de bovenkant van de vloeistof meten. Wanneer de afstand tussen de radar en het vloeistofoppervlak echter kleiner is dan ongeveer 40 mm, kan de weergegeven waarde afwijken van het werkelijke niveau.
De sensor past interne filtering toe om de invloed van klotsende vloeistof te verminderen. Hierdoor blijven de meetwaarden stabiel en betrouwbaar, ook wanneer de vloeistof in beweging is.
Schuim kan radiosignalen verzwakken of verstrooien, waardoor de meting beïnvloed kan worden. De mate van invloed hangt af van de dikte, samenstelling en locatie van het schuim.
Bij grijswater- en vuilwatertanks hecht schuim zich doorgaans aan vuildeeltjes en zakt het na verloop van tijd in. In de praktijk levert dit meestal geen problemen op voor de meting.
Lichte condensvorming vormt doorgaans geen probleem. Stilstaand water of een dikke vochtlaag op het tankdeksel kan echter het radiosignaal verstoren.
Zorg daarom voor een schoon en droog montage oppervlak. Wanneer condensvorming regelmatig voorkomt, wordt aanbevolen maatregelen te nemen, zoals een druppellus of kabelontlasting, om te voorkomen dat vocht zich rond de sensor ophoopt.
Probleemoplossing
– Controleer of de geselecteerde uitgang overeenkomt met de meter (0–190 Ω / 240–33 Ω / 0–5 V)
– Controleer de kalibratie en het ingevoerde meetbereik
Bij sommige meters is het nodig om het apparaat opnieuw op te starten om wijzigingen toe te passen.
Voeding/aarding: controleer of er een stabiele 8–35 V DC voeding aanwezig is en of de aarding goed is aangesloten.
Montage: controleer of de zender vlak is gemonteerd en stevig is bevestigd. Zorg dat er geen water opgesloten zit tussen het deksel en de sensor. Zorg daarnaast voor trekontlasting, zodat de kabel geen kracht uitoefent op het apparaat.
Instellingen: als het probleem blijft bestaan, voer dan de initiële installatie opnieuw uit en controleer de tank kalibratiepunten.
– STR1: controleer de bekabeling naar de 8–35 VDC voedingsspanning (rood), de GND (zwart) en de COM (blauw).
– STR1&2: controleer of de groene LED knippert en of de Simarine app het apparaat detecteert.
STR1
Rood → + 8–35 VDC voeding
Zwart → GND
Blauw → COM
Wit → 0–190 Ω
Geel → 240–33 Ω
Groen → 0–5 V
STR2
Ronde 5-polige M12 NMEA2000 connector
nog andere vragen?
Neem contact met ons op en wij helpen je graag verder.
